Reading:
Lesidee rondom het onderwerp: dyslexie

Image

Lesidee rondom het onderwerp: dyslexie

door Merel
3 oktober 2022

”Ik ben niet bom, maar ik vind lessen en schreiven gewoon lastig.” Het kan zomaar een zin zijn in het schrift van een leerling met dyslexie. De kans is groot dat u zo’n zin weleens tegenkomt bij het nakijken. Eén op de twintig kinderen in Nederland heeft namelijk dit taalprobleem.

Van 1 t/m 8 oktober is de Week van Dyslexie, dan wordt er extra aandacht gevraagd voor dit taalprobleem. Maar wat is dyslexie eigenlijk? Kidsweek schreef er een artikel over! Klik hier voor het artikel ‘Anders kijken naar dyslexie’ (Kidsweek week 39, 2022). Met dit lesidee kunt u in de klas aandacht besteden aan het onderwerp dyslexie.

Aan de slag met het onderwerp ‘dyslexie’ in de klas

1.  Activeren voorkennis

U vertelt de leerlingen dat één op de twintig kinderen dyslexie heeft. Wat weten zij eigenlijk al over dit onderwerp? Uw leerlingen bespreken dit door middel van de werkvorm ‘denken – delen – uitwisselen’. 

Denken – delen – uitwisselen: zo werkt het!
De leerlingen denken eerst zelf na over de vraag. Vervolgens delen ze het in hun schoudermaatje en wisselen ze de uitkomsten uit in het tafelgroepje.

2. Samen lezen & vragen bij de tekst

Lees samen het artikel ‘Anders kijken naar dyslexie’ en praat samen over het onderwerp. Vragen die u kunt stellen zijn bijvoorbeeld:

  • Leg in je eigen woorden uit wat dyslexie betekent. (Dat je moeite hebt met geschreven taal).
  • WAAR of NIET WAAR*: Je kunt medicijnen nemen tegen dyslexie. (NIET WAAR).
  • Wat kan een kind met dyslexie een beetje helpen op school? (Extra tijd, groter lettertype, juf die de tekst voorleest, oefenen).
  • Lees: ‘Omdat je door dyslexie vaak achterloopt op je klasgenoten, kan dat je onzeker maken.’ Voor kinderen met dyslexie: Ervaar jij dit ook zo? Kinderen die geen dyslexie hebben: Kun je je voorstellen dat je hier onzeker van wordt? Bespreek het in je tafelgroepje.
  • WAAR of NIET WAAR*: Als je dyslectisch bent, heb je alleen moeite met lezen. (NIET WAAR, vaak ook met begrijpend lezen en spellen).
  • Lees de STER-krachten nog eens. Heb jij dyslexie? Herken je je in één van deze krachten? Nog mooier: herkennen jouw klasgenoten jou in één van de STER-krachten? Praat er klassikaal over.
  • Wat zou je aan Mara en/of Leonard willen vragen of zeggen? Bespreek het met je schoudermaatje.
  • Op welke manier zou er op scholen meer aandacht kunnen komen voor dyslexie? Bedenk een plan met je tafelgroepje.

*Bij de WAAR/NIET WAAR vragen, kunt u de leerlingen een groen (WAAR) of rood (NIET WAAR) potlood omhoog laten houden.
aatje en wisselen ze de uitkomsten uit in het tafelgroepje.

3. Leesspelletjes

Voor kinderen met dyslexie is lezen lastig. Het gewoonweg lezen uit een leesboek voor een langere tijd maakt deze kinderen niet snel enthousiast of gemotiveerd. Echter zijn er manieren om deze kinderen wel te motiveren te gaan lezen. Speel de volgende leesspelletjes aan de hand van de Kidsweek:

Toneellezen (tweetallen)
Schrijf op het bord: 1) Verdrietig kind 2) Boze man 3) Gemene heks 4) Deftige mevrouw 5) Een robot 6) Een zanger/zangeres. Gooi met een dobbelsteen. Het nummer dat gegooid wordt, bepaalt hoe de tekst gelezen wordt.

Om de beurt een zin (tafelgroepje)
Kies samen een artikel uit Kidsweek en lees om de beurt, met de klok mee, een zin hardop voor.

Woordzoeker (tweetallen)
De één noemt een woord uit een artikel uit Kidsweek, de ander moet zo snel mogelijk dat woord in de tekst vinden en aanwijzen. Draai daarna de rollen om.

Achterstevoren lezen (tweetallen)
Kies samen een tekst uit Kidsweek. Begin achteraan in een tekst. Lees de tekst woord voor woord, terug naar het begin. Kun je aan het eind van het lezen vertellen waar de tekst over gaat?

Verkeerd woord (tweetallen)
De ene leerling leest een tekstje voor uit de dierenpagina, maar zegt expres een woord verkeerd. Wanneer de ander het hoort, mag deze op de tafel tikken.

4. Afsluiting

Sluit af met de werkvorm wandel en wissel en laat de leerlingen elkaar vertellen wat ze hebben geleerd van deze les.

Wandel en wissel: zo werkt het!
U zet een muziekje aan. De leerlingen lopen (of dansen) op de maat door de klas. Stopt u de muziek? Dan stoppen de leerlingen bij het dichtstbijzijnde klasgenootje. Samen praten ze over de vraag: wat heb jij geleerd deze les? Start en stop de muziek een aantal keer, zodat de leerlingen hun kennis met verschillende klasgenoten uitwisselen.

Gerelateerde berichten

6 januari 2022

Help de Cito begrijpend lezen komt eraan!

13 september 2021

De 5 leukste juffen op TikTok

door
Arrow-up